In Nederland is de overheid verantwoordelijk voor het beperken van de geluidhinder. De eisen die aan het geluid van wegen en spoorwegen worden gesteld zijn vastgelegd in de Wet Geluidhinder en de Wet milieubeheer (te downloaden via wetten.overheid.nl). Bij de overschrijding van de normen dienen geluidmaatregelen getroffen te worden, waarbij een afweging tussen bron- (stille wegdekken) en overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld schermen) noodzakelijk is.
De wetten en regels voor het bestrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie zijn sinds het eind van de jaren zeventig vastgelegd in de Wet geluidhinder. Doel van de Wet geluidhinder is het voorkomen danwel beperken van geluidhinder.
De Wet geluidhinder is geldig voor alle wegen (en spoorwegen) die niet op de geluidplafondkaart staan. Dit zijn met name de lokale wegen. Het geluid van rijkswegen en spoorwegen valt sinds 1 juli 2012 onder de Wet milieubeheer.
Volgens de Wet geluidhinder wordt geluid getoetst op het moment dat er een nieuwe weg wordt aangelegd, er een reconstructie aan een weg is of als er nieuwbouw is. Het geluid wordt niet gehandhaafd als het toeneemt vanwege de groei van het verkeer.
Het geluid van rijkswegen en spoorwegen wordt beoordeeld volgens de Wet milieubeheer. Op referentiepunten langs de (spoorwegen) zijn zogenaamde geluidproductieplafonds ingesteld. De beheerder is ervoor verantwoordelijk dat het geluid niet hoger wordt dan deze plafondwaarde. In tegenstelling tot de Wet geluidhinder, is er dus wel handhaving op het moment dat de geluid toeneemt vanwege de autonome groei van het verkeer.